Dit hongaarse herdertje komt vermoedelijk uit een kruising tussen een puli met een terrierachtig veedrijvertje uit Frankrijk.
Dit is wel echter nooit bewezen, dat was omstreeks in de periode van 1760. Hij heeft de karaktereigenschappen
van beide rassen geerfd.
Vanaf 1923 werd de pumi voor het eerst als een zelfstandig ras beschouwd, nadat men enkele jaren voorheen de raspunten
had vastgelegd. De pumi heeft echter nooit de populariteit van de puli gekend.
Hij is ook altijd de werkende hond gebleven en is dus ook een uitstekend hoeder van schapen, varkens en runderen,
dit met het nodige geblaf.


Zijn karakter:

Het is een moedige, waakzame en luidruchtige hond, die nogal graag blaft. Naar vreemden is hij wel wat terughoudend. Het is
een hond die fel aan zijn baasje gehecht is en het is een prima huishond. Hij heeft totaal geen neiging om te gaan rondzwerven
en zal dus steeds in de buurt van zijn baasje blijven. Verder is hij vooral vrolijk, speels en levendig en heeft behoefte aan veel
beweging. Hij kan geweldig apporteren en weet niet van ophouden.
De pumi is zeer intelligent, gemakkelijk op te voeden en leert snel. Daarom is hij uitermate geschikt voor de
gehoorzaamheidssport, doggy dance en agility waar zijn snelheid goed van pas komt. In gezelschap van andere honden kan
hij wel wat dominante trekjes vertonen.


Verzorging / beharing:

De vacht is halflang en krullerig, deze kan tamelijk lang worden waardoor hij kan gaan klitten.
Het is ook een dubbele vacht, waarvan de bovenvacht draadharig is en de ondervacht ietwat wollig, de vacht is ook vrij
dik en stug. Op sommige plaatsen wordt de vacht korter gezet, zoals aan de wangen, de borst en het achterwerk. Op de benen
en de staart wordt deze langer gelaten. De ideale lengte is tussen de 4cm à 7cm op zijn lichaam, er mag niet teveel beharing
zijn rond de ogen en de snuit. Overtollige haren worden steeds uit de oren geplukt.
De pumi oogt ietwat rommelig door deze verschillende vachtlengtes, dit is dan ook een typisch raskenmerk.
Het is aangewezen om de vacht 1 maal per week te kammen en om de 8 weken een klein beetje bij te knippen, verder is er
weinig onderhoud aan.
De vacht heeft één groot voordeel en dat is dat deze niet verhaard.


Gezondheid:

De pumi heeft een uitstekende gezondheid, er zijn weinig of geen problemen met het skelet en andere afwijkingen komen
ook al niet veel voor. Hij is lenig, snel en heeft een zeer goede uithouding. Ze lijken wel onvermoeibaar.
Het zijn taaie hondjes die tegen een stoot kunnen en gemakkelijk tot 15j en ouder kunnen worden.


Technische beschrijving:


Maat en gewicht:

Het zijn middelgrote honden, die vierkantig gebouwd zijn.
Schofthoogte: reu 41cm – 47cm (ideaal 43 – 45); teef 38cm – 44cm (ideaal 40 – 42).
Gewicht: reu 10kg – 15kg (ideaal 12 – 13); teef 8kg – 13kg (ideaal 10 -11)


Kleur:

Pumi’s komen in allerlei kleuren voor. De meest voorkomende kleuren zijn leisteenkleuren en alle schakeringen van grijs,
van antraciet tot lichtgrijs en gevlamd grijs. Volledig zwart of wit en fako (crèmeachtig, grijs), komen in mindere maten voor.
Black and tan, alle bontsoortigen en chocoladekleuren zijn verboden. Deze leiden tot diskwalificatie.


Hoofd en schedel:

Het voorhoofd is vrij langgerekt en weinig gewelfd, van de zijkant bezien vrij vlak. De schedel is middelmatig breed en gewelfd.
De stop is nauwelijks waarneembaar en de neusrug is recht. De voorhoofdslijn loopt evenwijdig aan de neusrug. De neus is
klein en zwart, de lippen zijn strak en hebben een donker pigment. De pumi heeft een schaargebit en krachtige kaken.


Ogen:

Deze staan enigszins schuin en niet te ver van elkaar, ze zijn middelgroot, ovaal tot bolvormig van vorm en heel donkerbruin tot
bijna zwart van kleur.


Oren:

Ze zijn middelgroot en hoog op het hoofd geplaatst. Ze staan rechtop en het bovenste deel van de oorpunten tippen naar voren om.
Dit behoort eveneens tot het typische kenmerk van de pumi.


Hals:

Is middellang, weinig gewelfd en zeer bespierd. De hals vormt een hoek van 50° à 55° met de rug. Geen keelhuid.


Lichaam:

Vierkantig gebouwd, met een duidelijke schoft en aflopende ruglijn. De buiklijn loopt op.
De borst is niet te breed, eerder diep. De ribben zijn weinig gewelfd, ze neigen meer naar de vlakke kant. Een rechte en korte rug.
De ruglijn is erg kort. De lendenen zijn kort en recht.


Ledematen:

De voorbenen staan loodrecht onder het lichaam en staan niet te ver uit elkaar.
De achterbenen zijn heel krachtig en bespierd. Ze hebben een duidelijke hoeking.


Voeten:

Deze zijn rond en gesloten. Elastische zwarte voetzooltjes en krachtige zwarte nagels.


Staart:

De staart is hoog aangezet en wordt gekruld gedragen, mag echter niet te fel krullen, meer in een boog naar de lendenen toe.
De beharing van de staart varieert tussen de 7 à 10 cm. De haren zijn draadharig en bij bosjes bij elkaar staan. Weinig onderhaar.
Een korte staart is niet toegestaan.